Boomkruiperkasten

Bij ons in Midden-Europa zijn twee boomkruipersoorten inheems. Het gaat daarbij om de gewone boomkruiper en de kortsnavelboomkruiper. Het verschil tussen deze twee inheemse soorten is erg moeilijk te zien. Specialisten herkennen ze aan hun verschillende roep of door verschillend gekleurde veerpartijen.

Beide soorten, kortsnavelboomkruiper of gewone boomkruiper, geven de voorkeur aan contact in de nestkast met de boomstam met grove schors zoals bijvoorbeeld aan eiken, elzen, populieren, grove dennen, peren- en appelbomen. Daarom worden onze boomkruiperkasten als halve schalen, naar de stam toe open, gemaakt. In de kieren van de schors zoeken de vogels bovendien met hun pincetsnavel naar insecten als spinnen en kevers. De tegenovergestelde invlieggleuven garanderen een optimale katten- en marterbescherming.

De boomstam waaraan de nestkast wordt opgehangen, moet een diameter van ca. 25 tot 30 cm hebben. Regionaal kunnen verschillende bezettingspercentages bij type 2B en 2BN ontstaan. Daarom adviseren wij u aanvankelijk te starten met dezelfde aantallen 2B en 2BN. Na één of twee broedperiodes kan worden waargenomen welk type in welk gebied het beste wordt bezet. Natuurlijk worden ook bij deze nestkasten de complete ophangingen en speciale aluminium spijkers meegeleverd.

Toont alle 2 resultaten