Sinds 1953
Postbus 1167, 3330 CD, Zwijndrecht, Tel: (078) 612 41 11, Fax: (078) 612 42 22

Vleermuizen

 

 

 
Wat weten we van de vleermuis?
 

U heeft vast wel eens in het donker, in de tuin, een vleermuis gezien. Het zien van een vleermuis is voor velen niks unieks. Als het schemert komen ze tevoorschijn en vliegen acrobatisch door het luchtruim, al jagend achter muggen en motjes. Het zijn immers uitstekende vliegers. De een vindt het prachtig de ander ziet het als een ware nachtmerrie. Bij een vleermuis heeft immers niet iedereen een prettig gevoel.

Vleermuizen zijn heel bijzondere dieren en spelen een belangrijke rol in de natuur, maar dat besef is er helaas niet altijd.

Vliegend zoogdier
Wist u dat de vleermuis het enige vliegende zoogdier is? Het zijn de enige zoogdieren die echt kunnen vliegen. Om te kunnen vliegen hebben ze vleermuis-vleugels zogenaamde vlerken. Die bestaan niet uit veren maar uit huid, we noemen dat de vlieghuid. Hij zit tussen de vingers (vleermuizen hebben dan ook hele lange vingers) en tussen de bovenarmen en de achterpoten, en tussen de achterpoten en de staart. Alleen de duimen en de voeten steken buiten de vlieghuid uit. Misschien heeft u het wel eens gezien dat de meeste vleermuizen hun vleugels helemaal in klappen als ze niet vliegen. Andere vleermuizen (zoals de grote hoefijzerneus) vouwen hun vleugels zelfs om zich heen.

Verblijfplaatsen
Bij vleermuizen zijn hun armen en benen helemaal aangepast om te kunnen vliegen. Daardoor kunnen vleermuizen niet zelf een nest maken, een gat in een boom hakken of een hol graven. Vleermuizen zijn daardoor voor hun verblijfplaatsen helemaal aangewezen op al bestaande verblijfplaatsen. In Nederland zijn in totaal 21 soorten vleermuizen aangetroffen. En 7 daarvan komen geregeld voor.

 

 

Er zijn ook een aantal zeldzame soorten en soorten die de afgelopen 50 jaar niet meer in Nederland gezien zijn.

De vleermuissoorten die in Nederland zijn aangetroffen zijn wettelijk beschermd. Een paar soorten zijn zelfs opgenomen op de Nederlandse Rode Lijst van Bedreigde en Kwetsbare Zoogdieren

Van nature zijn de meeste vleermuissoorten te vinden in holle bomen. Bij gebrek aan holle bomen zijn vleermuiskasten een uitstekende, hetzij kunstmatige, verblijfplaats.

Veel vleermuissoorten bewonen van nature holle bomen. Bij gebrek aan deze natuurlijke boomholten kunnen vleermuiskasten dienen als kunstmatige verblijfplaats. Vleermuiskasten zijn echter géén nestkasten; ze worden door sommige vleermuissoorten alleen gebruikt als slaapplaats of paarplaats van één of enkele dieren en maar zelden als kraamkamer. Bij het gebruik als paarplaats roepen b.v. mannelijke ruige dwergvleermuizen (Pipistrellus nathusii) langsvliegende vrouwtjes vanuit de kast.

Vleermuiskasten zijn vooral bedoeld voor de bosbewonende vleermuizen. Typische gebouwenbewonende vleermuizen, als de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis, geven een zeer sterke voorkeur aan open spouwmuren en/of ruimten achter daklijsten en dakpannen.
Vleermuiskasten zijn geen volledig alternatief voor natuurlijke boomholten en open spouwmuren. Ze worden zelden gebruikt door kraamkolonies (vrouwtjes met jongen). Door de slechte isolatie zijn ze, tijdens strenge winters, ook niet geschikt voor overwinterende vleermuizen. Boombewonende vleermuizen zoals rosse vleermuizen en bosvleermuizen blijven dus 100% afhankelijk van dikwandige boomholten.

Kijk voor informatie over vleermuiskasten of andere kasten op www.waveka.nl

 

 

Postbus 1167, 3330 CD, Zwijndrecht, Tel: (078)612 41 11, Fax (078)612 42 22

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@waveka.nl.