Sinds 1953
Postbus 1167, 3330 CD, Zwijndrecht, Tel: (078) 612 41 11, Fax: (078) 612 42 22

Bijzondere vogels in de tuin? (deel 1)

 

 

Mussen
   
  Velen onder ons kennen wel de tjilpende Huismussen die op de zomerse terrasjes ijverig de grond en de tafeltjes afschuimen op zoek naar etensrestjes. Daarbij zijn ze helemaal niet schuw van de mensen die van de zon en een drankje zitten te genieten. Slechts weinig mensen weten dat in ons land twee mussensoorten voorkomen, die allebei in de omgeving van de mens vertoeven, de huismus en ringmus.


De huismus

Het onderscheid tussen beide soorten is vrij gemakkelijk te maken. De Ringmus heeft een koffiebruin gekleurd schedeldak terwijl de Huismus een grijs kopje heeft. Verder heeft de ringmus een witte halsring die al van verre opvalt.

Huismussen komen vooral in de stad voor. Ringmussen juist daarbuiten. Mussen zitten in de tuin, in de dakgoot, op het station, en langs het fietspad. Ook broeden ze vlak naast de deur.

De huismus
De Huismus-man heeft een mooie grijze kop, een zwarte bef, bleke wangen en een bleke borst. Het vrouwtje is iets meer lichtbruin met een opvallende lichte wenkbrauwstreep. Zij heeft, net als de jongen geen zwarte bef en is wat doffer van kleur.

In vrijwel elke woonplaats vliegen en tsjilpen mussen. Omdat ze in de omgeving van mensen verblijven noemen we ze cultuurvolgers. Huismussen zijn oorspronkelijk rotsbroeders, maar hebben onze huizen geadopteerd als broedplaats en ze eten mee van ons voedsel en dat van onze huisdieren. Oorspronkelijk broedde de Huismus in kolonies en in bomen, maar geleidelijk heeft ze zich aangepast en is ze een bewoner van menselijke bouwsels geworden, met een voorliefde voor holten onder dakgoten en dakpannen.

Als het ze goed gaat blijven ze jarenlang op dezelfde plaats en trekken niet. Onder daken en in spleten van onze woningen en gebouwen maken ze hun bolvormig nest, in elkaar gestoken van losse strootjes (en allerlei materiaal dat wij weg­gooien). Op straat en op het omringende platteland vinden ze hun voedsel.

Het voedsel van de huismus is plantaardig en dierlijk voedselafval van de menselijke samenleving. Ook onkruid- en graszaden, granen. In de zomer ook insecten, spinnen, kiemplantjes, blad- en bloemknoppen. Kleine en grotere sappige vruchten aan bomen en struiken.

De Ringmus
De ringmus komt in Nederland voor als standvogel. In het najaar verzamelen ze zich, evenals Huismussen, in kleine troepjes die dan aan de randen van steden en dorpen, volkstuintjes en verloren hoekjes op zaden afstropen. Soms verzamelen ze zich in grote zwermen met andere zaadetende zangvogelsoorten in het open veld waar ze op onkruidveldjes foerageren.

De bovenzijde van de ringmus is bruin met zwarte vlekken en strepen. De onderzijde is vuilwit en het midden van keel en kin zijn zwart. In de vlucht is een witte band op de vleugel zichtbaar.

 

De ringmus is een beweeglijk en kwieke vogel, hij is drukker en opgewekter, leniger en beweeglijker dan zijn populaire stadsneef. Deze plattelandsbewoner heeft een onopvallende natuur en is gereserveerd, zelfs bang. De ringmus broedt bij voorkeur in nestkasten, boomholtes of onder daken.

Het voedsel van de ringmus is een grote verscheidenheid van plantaardig en dierlijk voedsel. Meer kleine onkruidzaden dan de huismus.

De Tuin
Het valt op dat in sommige tuinen zomer en winter een mussenkolonie tjilpt, terwijl in andere tuinen nooit een mus wordt waargenomen. Als je dan eens goed naar beide tuinen kijkt dan valt het op dat in de mussentuinen altijd wel een dichte groenblijvende haag of wat bosjes aanwezig zijn waaruit bijna het hele jaar rond getjilp klinkt. Advies: richt ook uw tuin gevarieerd in en zorg voor broedgelegenheid! Om broedgelegenheid te creëren zijn er speciale mussenkasten verkrijgbaar.

De stad
Volwassen mussen komen blijkbaar op patat en koekjes de zomer wel door, terrasjes en de stoep voor de snackbar zijn mussenrijke gebieden. Maar voor voortplanting is hoogwaardig eiwit. Als u dus een mussenkast ophangt in de tuin is de kans van slagen nog groter als u bijvoert in de winter.

Afname
De laatste jaren is het aantal broedparen van de Huismus in zowat alle grote steden sterk afgenomen. Ook in het buitenland. Hoe komt dat? Zijn we te netjes? Is er geen nestgelegenheid doordat we onze huizen zo keurig onderhouden? Of is er te weinig voedsel te vin­den? Er zijn immers steeds minder kleine stukjes ruige natuur met uitgebloeid gras en andere planten en struiken, die niet steeds worden gemaaid en gesnoeid.


De ringmus

De afname heeft een aantal mogelijk oorzaken:

- Veel mensen hebben weinig tijd om elke dag de diertjes eventjes een beetje te voeren. Daardoor moeten vooral 's winters de vogels maar zien hoe ze in leven blijven;

- Veel tuinen hebben steeds meer bestrating en minder planten. Doordat er dan bijna geen plantjes en grassen meer te bekennen zijn, waardoor ook minder wormen en andere kleine diertjes hebben mussen het extra moeilijk met het zoeken van voedsel.

- Vaak wordt het voer opgegeten door de steeds groter wordende hoeveelheid duiven (met name in de stad).

- Door de gesloten structuur van de nieuwe huizen is het voor de mus niet altijd makkelijk een broedplaats te vinden.

U kunt bijdragen aan het behoud van de mus door een paar eenvoudige maatregelen. Zorg voor een groene en gevarieerde tuin, probeer in de winter af en toe bij te voederen en zorg voor een goede nestgelegenheid door bijvoorbeeld een nestkast op te hangen die speciaal ontwikkeld is voor de mus.

Voor meer informatie over de mus en nestkasten voor de mus kijk op www.waveka.nl.

Postbus 1167, 3330 CD, Zwijndrecht, Tel: (078)612 41 11, Fax (078)612 42 22

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@waveka.nl.