| |
Gierzwaluwen zijn de in de maand mei, juni en juli in steden en
dorpen om te broeden. Dat is merkbaar door onder andere gegier en
gebuitel in de straten. Ze brengen onder daken en gebouwen twee of drie
jongeren groot. En vanaf begin augustus is de gierzwaluw alweer
vetrokken naar het Zuidelijke deel van Afrika waar de vogel een groot
deel van zijn leven doorbrengt, met als broedgebied Noord-Afrika.
Bedreiging
De gierzwaluw, ook wel de aankondiger van de zomer, behoort echter wel
tot de bedreigde vogelsoorten in Nederland. Ze gebruiken onze huizen als
broedplaats en daardoor wordt de vogel in vele opzichten belemmerd. Door
het renoveren, slopen en opnieuw opbouwen van woningen wordt de vogel
min of meer verjaagd. Gelukkig worden er wel steeds meer maatregelen
getroffen die opkomen voor het behoud van de vogel en uiteraard andere
(bedreigde) dieren in de steden. Om zo te voorkomen dat de stad in een
steenwoestijn veranderd en vogels als de gierzwaluw wegjaagt.
Niet alleen vormt de mens in verschillende opzichten een
bedreiging door het belemmeren van nestgelegenheid ook het weer kan een
rol spelen bij het weghouden en bedreigen van de gierzwaluw. Bij zeer
slechte zomers kan het dramatisch aflopen met de gierzwaluw. Er moet dan
halsoverkop verhuisd worden en het is dan maar de vraag of de vogels het
betreffende gebied halen.
Kenmerken
De gierzwaluw is een bruin/ zwarte vogel met een lichte keelvlek. Ze
zijn groter dan de andere zwaluwen (boerenzwaluw, huiszwaluw en de
overzwaluw). Ze behoren tot de aparte familie van de gierzwaluwen: apodidae
ook wel pootlozen.
|
|
De vleugels zijn in verhouding zeer lang. Bij
jonge vogels is dit 17 cm per vleugel. Volwassenen hebben een
spanwijdte van ongeveer 42 cm. De vleugels reiken, in
samengevouwen toestand, tot ongeveer 3,5 cm voorbij de staart. De
ogen zijn groot en liggen diep in de kassen. De snavelkant is voorzien
van borstelige veertjes. Door deze veertjes zijn de ogen goed beschermd
tegen stofdeeltjes en uitdrogen. De snavel is kort en breed en kan wijd
worden geopend. De combinatie van korte pootjes en lange vleugels maakt
het voor de gierzwaluw onmogelijk weer op te stijgen als bijvoorbeeld
(per ongeluk) op de grond terecht zijn gekomen.
Het nest
De gierzwaluw onderbreekt zijn vliegend leven voor het zoeken naar
nestruimte om te paren, eieren te leggen, te broeden en de jongen groot
te brengen. Ze bouwen de nesten niet zelf, maar zijn echte
holenbroeders. Ze gebruiken bestaande gaten, spleten en holle ruimtes in
gebouwen. Tevens is de gierzwaluw trouw aan elkaar en aan hun nest. Ze
komen elk jaar weer op dezelfde plek terug. Is er geen plek meer voor
ze, dan gaan ze opzoek naar een nieuw plaatsje in de buurt. De
gierzwaluw verzamelt veertjes en plantdelen, die in de lucht zweven. Met
speeksel wordt hieruit een eenvoudig nest gevormd. En eind mei leggen ze
daarin twee, hooguit drie witte eitjes.
De jongen blijven zes tot acht weken op het nest
om te sterken. Als ze in alle onzekerheid zijn uitgevlogen blijven ze
continu in de lucht totdat ze zelf gaan broeden (geslachtsrijpheid na
twee jaar). Als de ouders bij terugkomst ontdekken dat hun kroost is
uitgevlogen, dan eten ze de laatste voedselbal op en keren in dat jaar
niet meer terug naar het nest.
Voor meer informatie over gierzwaluwproducten kunt u terecht op www.waveka.nl
|