Sinds 1953
Postbus 1167, 3330 CD, Zwijndrecht, Tel: (078) 612 41 11, Fax: (078) 612 42 22

de Gierzwaluw

 

 

De gierzwaluw een bijzondere zwaluw
 

Gierzwaluwen zijn de in de maand mei, juni en juli in steden en dorpen om te broeden. Dat is merkbaar door onder andere gegier en gebuitel in de straten. Ze brengen onder daken en gebouwen twee of drie jongeren groot. En vanaf begin augustus is de gierzwaluw alweer vetrokken naar het Zuidelijke deel van Afrika waar de vogel een groot deel van zijn leven doorbrengt, met als broedgebied Noord-Afrika.

Bedreiging
De gierzwaluw, ook wel de aankondiger van de zomer, behoort echter wel tot de bedreigde vogelsoorten in Nederland. Ze gebruiken onze huizen als broedplaats en daardoor wordt de vogel in vele opzichten belemmerd. Door het renoveren, slopen en opnieuw opbouwen van woningen wordt de vogel min of meer verjaagd. Gelukkig worden er wel steeds meer maatregelen getroffen die opkomen voor het behoud van de vogel en uiteraard andere (bedreigde) dieren in de steden. Om zo te voorkomen dat de stad in een steenwoestijn veranderd en vogels als de gierzwaluw wegjaagt.

Niet alleen vormt de mens in verschillende opzichten een bedreiging door het belemmeren van nestgelegenheid ook het weer kan een rol spelen bij het weghouden en bedreigen van de gierzwaluw. Bij zeer slechte zomers kan het dramatisch aflopen met de gierzwaluw. Er moet dan halsoverkop verhuisd worden en het is dan maar de vraag of de vogels het betreffende gebied halen.

Kenmerken
De gierzwaluw is een bruin/ zwarte vogel met een lichte keelvlek. Ze zijn groter dan de andere zwaluwen (boerenzwaluw, huiszwaluw en de overzwaluw). Ze behoren tot de aparte familie van de gierzwaluwen: apodidae ook wel pootlozen.

 

De vleugels zijn in verhouding zeer lang. Bij jonge vogels is dit 17 cm per vleugel. Volwassenen hebben een spanwijdte van ongeveer 42 cm. De vleugels reiken, in samengevouwen toestand, tot ongeveer 3,5 cm voorbij de staart. De ogen zijn groot en liggen diep in de kassen. De snavelkant is voorzien van borstelige veertjes. Door deze veertjes zijn de ogen goed beschermd tegen stofdeeltjes en uitdrogen. De snavel is kort en breed en kan wijd worden geopend. De combinatie van korte pootjes en lange vleugels maakt het voor de gierzwaluw onmogelijk weer op te stijgen als bijvoorbeeld (per ongeluk) op de grond terecht zijn gekomen.

Het nest
De gierzwaluw onderbreekt zijn vliegend leven voor het zoeken naar nestruimte om te paren, eieren te leggen, te broeden en de jongen groot te brengen. Ze bouwen de nesten niet zelf, maar zijn echte holenbroeders. Ze gebruiken bestaande gaten, spleten en holle ruimtes in gebouwen. Tevens is de gierzwaluw trouw aan elkaar en aan hun nest. Ze komen elk jaar weer op dezelfde plek terug. Is er geen plek meer voor ze, dan gaan ze opzoek naar een nieuw plaatsje in de buurt. De gierzwaluw verzamelt veertjes en plantdelen, die in de lucht zweven. Met speeksel wordt hieruit een eenvoudig nest gevormd. En eind mei leggen ze daarin twee, hooguit drie witte eitjes.

De jongen blijven zes tot acht weken op het nest om te sterken. Als ze in alle onzekerheid zijn uitgevlogen blijven ze continu in de lucht totdat ze zelf gaan broeden (geslachtsrijpheid na twee jaar). Als de ouders bij terugkomst ontdekken dat hun kroost is uitgevlogen, dan eten ze de laatste voedselbal op en keren in dat jaar niet meer terug naar het nest.

Voor meer informatie over gierzwaluwproducten kunt u terecht op www.waveka.nl

 

 

Postbus 1167, 3330 CD, Zwijndrecht, Tel: (078)612 41 11, Fax (078)612 42 22

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@waveka.nl.